NIEK'S
COLUMN
Tabac

Een ijzeren greep in mijn nek brengt mij van het dagdromen meteen weer op aarde terug. Ik schrik me dood als mij dat op elfjarige leeftijd in de Weimarstraat overkomt. Op zo’n aanval reken je niet in deze goed lopende, keurige winkelstraat. ‘Zo ventje, jou heb ik eindelijk te pakken’, hoor ik er meteen achteraan. ‘Kom maar op met die centen. Ik heb nu lang genoeg gewacht. Ik zie je wel steeds voorbij lopen hoor. En net doen alsof je van niks weet …’.

Sterker nog, ik weet echt niet waar drogist Neomagus het over heeft. Misschien bedoelt hij mijn broertje Paul wel. Wij lijken sprekend op elkaar. Sommigen denken zelfs dat wij een tweeling zijn. 
In zijn lange witte jas laat die grote witte reus er geen twijfel over bestaan. Hij sleurt mij de Drogisterij binnen. Vriendje Kees, waar ik mee liep, hobbelt er ook geschrokken maar nieuwsgierig achteraan. 

De winkel is verder leeg want het is al na sluitingstijd. Alleen zijn oudere collega, misschien wel zijn vader, staat achter de toonbank de dagopbrengst te tellen. Tegen hem zegt hij triomfantelijk: ‘We hebben hem’. De man kijkt op van achter de grote bruine kassa met de zo kenmerkende slinger. Maar het kan hem niet echt boeien en hij gaat door met tellen. Het blijkt dat het om een flesje Tabac after shave tonic gaat dat door mij een aantal weken geleden niet zou zijn afgerekend. Het donkerbruine bolle flesje kostte in die tijd nog geen acht gulden, denk ik. En ik gebruikte deze ‘womaniser’ wel, zoals bijna iedereen van mijn leeftijd, om indruk te maken op de meisjes. Maar ik heb het effect ervan nooit bewezen gezien. 

Ik stond in ieder geval te trillen op mijn benen. Ik, als misdienaar uit een Rooms-Katholiek gezin uit de Van Bylandtstraat, zou zoiets nooit durven. Als mijn vader dat zou horen … En geld had ik helemaal nooit bij me. Hoogstens ’s zondags als ik in de Elandstraatkerk misgebeden had verkocht en de fooi, die eigenlijk voor het potverteren was bedoeld, voor mijzelf hield. Maar daar trok ik altijd snoep van uit de automaat in de Witte de Withstraat. 

Mijn vriendje Kees had wel geld bij zich. Daar kon ik het wel van lenen stelde hij, ook diep onder de indruk, voor. En zo gebeurde het ook. Zo stom was ik toen nog om te betalen voor iets dat ik niet had gekocht. Pure intimidatie van deze boze lasteraar. Maar wij waren er wel mooi vanaf. 

Misschien dat ik hier toen mijn liefde voor het hardlopen heb ontwikkeld. Nog nooit had ik zo’n hoge snelheid ontwikkeld met mijn run de hoek om, met Keesje achter mij aan, naar huis om het meteen aan mijn moeder te vertellen. 

Die stond als zo vaak buiten aan de deur met de buurvrouw te praten. Die buurvrouw maakte altijd overal een geintje van waar ik altijd om moest lachen. En ook deze keer zei ze zoiets van: ‘Wees maar blij dat hij de politie er niet bij gehaald heeft, want dan had je nu in de gevangenis gezeten …’. Dat begreep ik ook nog wel dat dit natuurlijk overdreven was. En de spanning viel van mij af, terwijl ik nog stond na te hijgen. Maar mijn verontwaardiging kwam goed over. ‘Ik vond het al zo’n nare vent, vind je ook niet?’, zegt zij tegen mijn moeder: ‘En nu ik dit hoor, ga ik er nooit meer boodschappen doen’, beloofde zij mij.  En ook de andere buurvrouw en uiteraard mijn moeder die het allemaal gelaten aanhoorde, beloofde dat. Dat zal hem leren, dacht ik.

Niet lang daarna ging onze ‘kapper Hector’ die naast Neomagus zat, dicht. Misschien wel om zijn 'knipkunst'. Maar wie schetst mijn verbazing als de hele winkelruimte van de kapper bij die van Drogisterij Neomagus werd getrokken waardoor deze zaak twee keer zo groot werd!?! 

Ik verdacht de buurvrouw ervan en zelfs mijn eigen moeder dat zij toch bij Neomagus hun petroleum, terpentine en wasmiddelen als Omo, Sunlight en andere zeepproducten bleven kopen. 

En daar heb ik nu nog echt Tabac van …
 

Niek


|start|nu|wijk|kunst|gadgets|raar|columns|vind|

Kritisch Haags, online beelden, kunst en cultuur,
roddels, gadgets and ideas 
HAGAZ!NE: altijd wat nieuws!

keep in touch

start Hagazine