Dressuur

Buurman Kees heeft zijn beste jaren in de dressuur gezeten. Konijnen, duiven, goudvissen, Aberdeen Angus. Je kunt het zo gek niet opnoemen of hij heeft het leren touwtje springen, op zijn minst. Kees was een kei, naar eigen zeggen, de eerste die twee pythons een platte knoop liet leggen.
    ‘Vergis je niet: dan moest ìk die knoop weer ontwarren, zo strak zat de act er in. Het is een tijdlang mijn succesnummer geweest, ik kon er overal mee terecht: Circus Knie, Circus Elleboog. Maar na vijf jaar was het schluss. Tijdens het oefenen van een eenvoudige mastworp, synchroon, hebben ze zich gewurgd.’
    De verhalen van Kees neem ik altijd met een korreltje zout en hij weet dat. Steeds vertelt hij ze weer, als om het er bij mij in te stampen. De slangen verknopen zich acht maal per jaar en even zo vaak ontsnapt een koppel leeuwen op het Île de la Cité.
    Geduldig hoor ik hem aan, want Kees is alleen en eenzaam; in de liefde is hij altijd wat onhandig geweest. Het wilde er bij hem niet in dat je met een zweep en flirterig ‘allez oup!’ - een vingerknip - de doorsnee vrouw niet in de gewenste stand zult krijgen. Zijn gerief heeft dientengevolge ook iets met beesten uit te staan, maar het fijne weet ik
daar niet van.
    Vorig jaar heb ik hem uitgedaagd, Kattemien woonde nog naast hem. Het besje had tien katten, het kunnen er ook een paar meer zijn geweest.

    ‘Een test, Kees. Het is allemaal prachtig wat je vertelt, maar laat nou eindelijk ...

<terug                                                                                                                                 Pak um!>