|
|
|
Mijn akela ruikt naar ziekenhuis en heeft een snor. Dat klopt ook wel – die lucht bedoel ik - want als ze ’s woensdagsmiddags naar haar Pahepiahorde in de Helmerstraat fietst, komt ze rechtstreeks uit het ziekenhuislaboratorium waar ze naar alle waarschijnlijkheid de meest afgrijselijke onderzoeken verricht. En dat van die snor daar kom ik achter als ik op 10-jarige leeftijd vind dat ik te oud word voor de welpen en opzeg. Die mededeling brengt thuis een soort
paniek teweeg. We zijn met vier jongens en één meisje nu
niet direct een handelbaar clubje voor mijn moeder. Slim als zij was stopte
zij ons op de welpen, verkenners of kabouters. Dan heeft zij tenminste
de woensdagmiddag de handen vrij. Dus als zij verneemt dat ik een punt
achter ‘de welpen’ heb gezet, reageert zij daar niet meteen op.
Dat doet de akela met zoveel liefde en zo dicht bij dat ik ... |